Een bijenvolk werkt niet volgens exacte datums.
Toch helpt een globale jaarplanning om vooruit te denken.
Gebruik hem dus als richting, niet als wet.
Januari
Rust. Controleer vooral vlieggaten, gewicht, stormschade en vocht. Open de kast zo min mogelijk.
Februari
Op zachte dagen kan de eerste reinigingsvlucht plaatsvinden. Hazelaar en vroege voorjaarsbloeiers kunnen al stuifmeel geven. Blijf vooral observeren.
Maart
De broedactiviteit neemt toe. Daarmee stijgt ook het voerverbruik. Controleer daarom extra goed of lichte volken voldoende reserves hebben.
April
Volken groeien snel. Nu begint het echte voorjaarswerk: ruimte geven, zwermstemming volgen, ramen controleren en eerste afleggers voorbereiden.
Mei
Vaak één van de drukste maanden. Volken zijn sterk en zwermdrift kan hoog zijn. Koninginnenteelt en afleggers maken komen nu goed op gang.
Juni
Veel volken staan op maximale sterkte. Een goed moment om jonge volken op te bouwen, koninginnen te telen en honingkamers te beheren.
Juli
Na de grote voorjaars- en zomerdrachten verandert het volk. Nu begint ook varroa steeds belangrijker te worden. Meten wordt essentieel.
Augustus
Winterbijen worden belangrijk. Alles wat je nu doet heeft invloed op het volk dat de winter in gaat.
Denk aan varroa, voeding en volkssterkte.
September
Voerreserves moeten op orde komen. Kleine of zwakke volken vragen extra aandacht.
Oktober
Het broednest wordt kleiner. De wintertros begint zich steeds duidelijker te vormen.
November
Rust keert terug. Werk vooral buiten de kast: materiaal schoonmaken, ramen sorteren en plannen maken.
December
Bij broedvrije volken kan afhankelijk van je gekozen methode een winterbehandeling tegen varroa aan de orde zijn.
Verder vooral: laten zitten.
De belangrijkste regel
Kijk niet alleen naar de maand. Kijk naar weer, bloei, dracht, volkssterkte, broed, voer en mijtdruk.
De kalender helpt. De bijen beslissen.

