Juni is een maand waarin de bijenkast volop leeft. De volken zijn sterk, de honingkamers kunnen zwaar worden en op warme dagen vliegen de bijen van vroeg tot laat. Voor de imker voelt juni vaak als de beloning voor het werk van het voorjaar. Toch is dit geen maand om achterover te leunen.
Imkeren in juni draait om drie dingen: honingruimte goed beheren, zwermdrift blijven volgen en de gezondheid van het volk niet uit het oog verliezen. Vooral varroa verdient aandacht. Een volk kan er sterk uitzien, terwijl de mijtendruk ondertussen oploopt.
Waarom juni een kantelpunt is in het bijenseizoen
In juni zitten veel bijenvolken op of rond hun maximale sterkte. Er zijn veel haalbijen, het broednest is groot en bij goede dracht kan er snel nectar binnenkomen. Dat maakt juni aantrekkelijk voor honingopbrengst, maar ook gevoelig voor drukte in de kast.
Waar mei vooral draait om groei en zwermvoorbereiding, gaat juni meer over balans. De imker moet zorgen dat het volk voldoende ruimte houdt, dat de honing op tijd wordt beoordeeld en dat er geen stille problemen ontstaan.
De bijen reageren niet op de kalender, maar op het weer, de dracht en de ruimte in de kast. Een warme, droge juni met veel bloei vraagt iets anders dan een koude of natte maand waarin de nectarstroom tegenvalt.
Honingkamers in juni: geef ruimte waar het nodig is
Een sterke kast kan in juni snel honingkamers vullen. Zeker bij goede dracht kan een honingkamer in korte tijd zwaar worden. Controleer daarom niet alleen of er honing aanwezig is, maar ook hoeveel ruimte er nog over is.
Als de honingkamer bijna vol is en er nog volop dracht is, plaats dan tijdig een extra honingkamer. Wacht je te lang, dan kunnen bijen nectar in het broednest opslaan. Daardoor krijgt de koningin minder legruimte en kan het volk opnieuw in zwermstemming komen.
Let bij het plaatsen van extra ruimte op de sterkte van het volk. Een krachtig volk kan een extra bak goed bezetten. Een kleiner volk heeft daar soms moeite mee. Meer ruimte is alleen nuttig als de bijen die ruimte ook kunnen gebruiken.

Honing oogsten in juni
In juni kan de eerste honingoogst plaatsvinden, afhankelijk van de regio, de dracht en het weer. Niet iedere imker slingert in juni. Soms is het beter om nog te wachten, bijvoorbeeld als de honing nog te vochtig is of als de dracht nog volop doorgaat.
Oogst alleen honing die voldoende rijp is. Verzegelde honing is meestal een goed teken, maar controleer bij twijfel het vochtgehalte met een refractometer. Te natte honing kan gaan gisten. Dat is zonde van het werk van de bijen en van jouw oogst.
Werk rustig en schoon. Haal niet meer weg dan verantwoord is. Een bijenvolk heeft altijd voorraad nodig, zeker als het weer omslaat of als er tijdelijk weinig nectar binnenkomt.
Honing slingeren: voorbereiding voorkomt gedoe
Wie in juni honing wil slingeren, doet er goed aan om vooraf alles klaar te zetten. Denk aan ontzegelgereedschap, honingslinger, zeef, emmers, potten, etiketten en een schone werkruimte. Honing slingeren is eenvoudiger wanneer je niet halverwege nog materiaal moet zoeken.
Haal de honingkamers bij voorkeur op een moment dat er rustig gewerkt kan worden. Gebruik een bijenuitlaat, bijenveger of andere methode die past bij jouw manier van imkeren. Voorkom onnodige stress voor jezelf en voor het volk.
Na het slingeren kunnen uitgebouwde ramen waardevol blijven. Bewaar ze zorgvuldig, schoon en beschermd tegen wasmot. Uitgebouwde ramen zijn in een volgend seizoen vaak nuttiger dan nieuwe kunstraat, omdat bijen er sneller mee aan de slag gaan.

Zwermcontrole blijft nodig
Ook in juni kan zwermdrift nog duidelijk aanwezig zijn. Zeker bij sterke volken, oudere koninginnen of ruimtegebrek kunnen er nog zwermcellen ontstaan. De grootste zwermdruk ligt vaak in het voorjaar, maar juni is beslist geen veilige maand om controles over te slaan.
Controleer gericht. Kijk naar eitjes, het broedbeeld, ruimte in het broednest en de aanwezigheid van zwermcellen. Lege speeldoppen zijn nog geen reden tot paniek. Belegde doppen vragen wel om een besluit.
Alleen doppen breken is meestal geen duurzame oplossing wanneer het volk echt wil zwermen. Kies liever een duidelijke methode, zoals een kunstzwerm, veger of andere zwermverhindering die je beheerst. Rustig en consequent werken geeft betere resultaten dan telkens een andere ingreep proberen.
Varroa in juni: meten voordat je beslist
Juni is een belangrijk moment om varroa serieus te nemen. De volken zijn groot, er is veel broed en de varroamijt kan zich in gesloten broed voortplanten. Daardoor kan de mijtendruk ongemerkt oplopen.
Randy Oliver benadrukt in zijn werk vooral het belang van meten. Niet behandelen op gevoel, maar eerst weten hoe het volk ervoor staat. Dat kan met een methode die bij jou past, zoals natuurlijke mijtenval, poedersuikerproef of alcoholwassing. Elke methode heeft beperkingen, maar consequent meten is beter dan niets doen.
Let op met behandelingen zolang er honingkamers voor consumptiehoning op het volk staan. Gebruik alleen middelen volgens de geldende voorschriften en pas ze toe op het juiste moment. Twijfel je, vraag dan advies aan een ervaren imker of je lokale vereniging.

Dracht in juni: van voorjaar naar zomer
Juni vormt vaak de overgang van voorjaarsdracht naar zomerdracht. Afhankelijk van de omgeving kunnen bijen vliegen op onder meer linde, braam, witte klaver, tamme kastanje, vuilboom, kruiden, akkerranden en tuinplanten. In sommige gebieden is juni een topmaand. Op andere plekken valt er juist een drachtgat, zeker bij droogte of slecht weer.
Kijk daarom naar je eigen standplaats. Zie je veel stuifmeel binnenkomen? Worden honingkamers zwaarder? Ruik je verse nectar in de kast? Dan is er dracht. Blijven de ramen leeg en zijn de bijen onrustiger, dan kan het voedselaanbod tegenvallen.
Een drachtlogboek blijft waardevol. Noteer wat bloeit, wanneer honingkamers gevuld raken en hoe het weer is. Na een paar seizoenen herken je patronen die je niet uit een algemene kalender haalt.

Controleer jonge koninginnen en afleggers
In juni hebben veel imkers afleggers, kunstzwermen of volken met jonge koninginnen. Dat vraagt een andere controle dan bij productievolken. Een jonge koningin heeft tijd nodig om op bruidsvlucht te gaan en aan de leg te komen. Slecht weer kan dat vertragen.
Kijk niet te snel en niet te vaak. Te veel verstoring helpt een jong volk niet. Controleer op het juiste moment of er eitjes zijn en of het broedbeeld zich goed ontwikkelt. De BBKA geeft bij zwermcontrole aan dat een jonge koningin vaak 10 tot 14 dagen na uitlopen begint met leggen, maar dat dit bij slecht weer langer kan duren.
Zie je na langere tijd geen eitjes of broed, wees dan zorgvuldig. Soms is de koningin verloren gegaan tijdens de bruidsvlucht. Soms is ze er wel, maar nog niet gestart. Een rustige hercontrole voorkomt overhaaste conclusies.
Veelgemaakte fouten in juni
Een veelgemaakte fout is te snel aannemen dat de zwermperiode voorbij is. Daardoor worden doppen gemist en kan een sterk volk alsnog vertrekken. Een tweede fout is honing te vroeg slingeren, zonder het vochtgehalte te controleren.
Ook varroa wordt in juni gemakkelijk vergeten. Dat is begrijpelijk, want de kast ziet er vaak sterk uit en de honingkamers vragen aandacht. Toch kan juist in sterke volken de mijtenpopulatie hard groeien.
Een andere fout is te weinig voorraad laten staan. Na een honingoogst kan slecht weer of een tijdelijk drachtgat voor problemen zorgen. Bijen hebben niet alleen ruimte nodig, maar ook zekerheid.
Praktische checklist voor imkeren in juni
Voor een rustige juni-controle kun je deze volgorde gebruiken:
- Kijk naar de vliegactiviteit en stuifmeelaanvoer.
- Controleer of de honingkamers voldoende ruimte bieden.
- Beoordeel of honing rijp genoeg is om te oogsten.
- Controleer sterke volken nog steeds op zwermcellen.
- Kijk of de koningin voldoende legruimte heeft.
- Monitor varroa volgens een vaste methode.
- Controleer afleggers en jonge koninginnen zonder onnodig te storen.
- Noteer dracht, kastgewicht, bijzonder gedrag en ingrepen.
Deze vaste volgorde helpt om rust te houden. Zeker in juni, wanneer er veel tegelijk gebeurt.
Materiaal op orde voor juni
Juni vraagt om ander materiaal dan het vroege voorjaar. Honingkamers, uitgebouwde ramen, bijenuitlaten, ontzegelgereedschap, emmers, zeven en potten moeten klaarstaan voordat de oogst begint. Ook extra kastmateriaal blijft nuttig voor afleggers of onverwachte zwermen.
Denk daarnaast aan hygiëne. Honing is een levensmiddel. Schone emmers, goed afsluitbare potten en netjes werkmateriaal maken het verschil tussen haastwerk en een verzorgde oogst.
Ook voor varroa-monitoring is voorbereiding handig. Zorg dat je de materialen hebt voor de meetmethode die jij gebruikt. Wie pas begint met zoeken wanneer de controle nodig is, stelt het vaak uit.
Conclusie: juni vraagt om oogsten én vooruitdenken
Imkeren in juni voelt vaak rijk en levendig. De bijen vliegen hard, de honingkamers vullen zich en de volken laten zien wat ze kunnen. Toch is juni meer dan alleen honing oogsten.
De goede imker kijkt vooruit. Is er genoeg ruimte? Is de honing rijp? Zijn er nog zwermcellen? Hoe staat het met varroa? Heeft een aflegger een leggende koningin? Door die vragen rustig te beantwoorden, help je het bijenvolk gezond de zomer in.
Juni beloont de imker die niet alleen naar volle honingkamers kijkt, maar ook naar het hele volk.
5. Korte FAQ
Kan ik in juni honing oogsten?
Ja, dat kan als de honing rijp genoeg is. Controleer bij twijfel het vochtgehalte met een refractometer. Te natte honing kan gaan gisten.
Moet ik in juni nog zwermcontrole doen?
Ja. Ook in juni kunnen sterke volken nog zwermcellen aanzetten, vooral bij ruimtegebrek, oudere koninginnen of aanhoudende zwermdrift.
Wanneer plaats ik een extra honingkamer in juni?
Plaats een extra honingkamer wanneer de bestaande honingkamer goed bezet en grotendeels gevuld raakt, terwijl er nog dracht is. Wacht niet tot alle ruimte vol zit.
Is juni een goed moment om varroa te meten?
Ja. In juni is er veel broed en kan de varroapopulatie groeien. Meten helpt om later in het seizoen betere beslissingen te nemen.
Waar vliegen bijen in juni op?
Dat verschilt per regio. Mogelijke drachtbronnen zijn linde, braam, klaver, tamme kastanje, vuilboom, kruiden en bloeiende tuinen of akkerranden.

