Mei is voor veel imkers de maand waarin alles tegelijk lijkt te gebeuren. Het bijenvolk groeit hard, de dracht komt op gang, de honingkamer vult zich soms sneller dan verwacht en ondertussen kan de zwermdrift ineens toeslaan. Wie in mei rustig blijft kijken, geeft het volk precies wat het nodig heeft: ruimte, overzicht en op tijd een goede ingreep.
Voor de imker is mei geen maand om af te wachten. Niet omdat je voortdurend moet rommelen in de kast, maar omdat kleine signalen nu veel vertellen. Een volle broedkamer, speeldoppen, belegde zwermcellen, drukte voor de kast, veel nectar in het broednest: het zijn allemaal aanwijzingen dat het volk een volgende stap wil zetten.

Waarom mei zo belangrijk is voor imkers
In mei zit een bijenvolk vaak dicht tegen zijn voorjaarsmaximum aan. De koningin legt volop, jonge bijen lopen uit, haalbijen vliegen op nectar en stuifmeel en de kast raakt snel gevuld. Dat is mooi, want een sterk volk kan goed profiteren van de voorjaarsdracht.
Tegelijk is dit precies de periode waarin zwermdrift ontstaat. Zwermen is geen fout van de bijen. Het is de natuurlijke manier waarop een honingbijenvolk zich voortplant. Voor de imker vraagt het wel aandacht, want een zwerm betekent verlies van vliegbijen, minder honingopbrengst en soms overlast in de buurt.
De kunst van imkeren in mei is daarom niet om de bijen tegen te werken. Het gaat erom dat je begrijpt wat ze willen doen en daar verstandig op inspeelt.
Imkeren in mei begint met ruimte geven
Een volk dat groeit, heeft ruimte nodig. Niet alleen bovenin voor nectar, maar ook in het broednest. Als de bijen de broedruimte volstouwen met nectar en stuifmeel, krijgt de koningin minder plek om eitjes te leggen. Dat kan bijdragen aan zwermdrift.
Controleer daarom in mei regelmatig of het volk voldoende ruimte heeft. Dat betekent niet automatisch dat je overal extra bakken op moet zetten. Kijk eerst wat er gebeurt in de kast.
Let vooral op:
- Is er nog ruimte voor de koningin om te leggen?
- Worden ramen snel volgedragen met nectar?
- Bouwen de bijen actief aan kunstraat of uitgebouwde ramen?
- Is de honingkamer goed bezet?
- Hangen er veel bijen werkloos onder of tussen de ramen?
Een honingkamer plaatsen doe je liever iets te vroeg dan te laat, mits het volk sterk genoeg is. Bij een krachtig volk kan een extra honingkamer voorkomen dat de nectar in het broednest wordt opgeslagen. Dat geeft lucht in de kast en helpt de bijen hun werk te verdelen.
Zwermcontrole in mei: kijk gericht, niet gehaast
Mei is in veel jaren de maand van zwermcontrole. Dat betekent dat je bij sterke volken regelmatig kijkt naar tekenen van zwermvoorbereiding. Een korte, zorgvuldige inspectie is vaak beter dan lang zoeken zonder plan.
Begin bij het broednest. Kijk of je eitjes ziet, of het broedbeeld netjes is en of er zwermcellen aanwezig zijn. Speeldoppen hoeven nog geen paniek te geven. Belegde doppen of doppen met larven vragen wel om actie.
Belangrijk is dat je onderscheid maakt tussen kijken en ingrijpen. Alleen doppen breken zonder de oorzaak aan te pakken, werkt vaak maar tijdelijk. Als het volk echt wil zwermen, komen er meestal nieuwe doppen terug. Dan moet je de zwermdrift breken met een passende methode, zoals een veger, vlieger of kunstzwerm, afhankelijk van je ervaring en kasttype.
Wie nog weinig ervaring heeft, doet er goed aan om vooraf een vaste zwermmethode te kiezen en die goed te leren. In mei is improviseren vaak lastiger dan je denkt, zeker als je ineens meerdere sterke volken met doppen aantreft.

Honingkamers in mei: kijk naar dracht en bezetting
Mei kan een goede honingmaand zijn, maar dat hangt sterk af van het weer, de omgeving en de bloei. Fruitbloesem, paardenbloem, esdoorn, meidoorn, kastanje en koolzaad kunnen plaatselijk veel nectar geven. Op andere plekken valt de dracht juist tegen door kou, regen of een korte bloeiperiode.
Een honingkamer is pas zinvol als het volk sterk genoeg is om die te bezetten. Bij een zwak volk werkt extra ruimte eerder afkoelend en remmend. Bij een sterk volk kan te weinig ruimte juist leiden tot opstopping.
Een praktische vuistregel: kijk niet alleen naar het aantal ramen bijen, maar ook naar het tempo. Worden ramen snel bezet? Komt er verse nectar binnen? Wordt er gebouwd? Dan mag je vooruitdenken. Een volk dat de eerste honingkamer al goed vult, kan soms snel een tweede nodig hebben.
Let bij honingkamers ook op koninginnenroosters. Sommige volken gaan traag door het rooster omhoog, zeker als de honingkamer alleen kunstraat bevat. Een paar uitgebouwde ramen kunnen dan helpen, als je die beschikbaar hebt.

Varroa in mei: niet vergeten door de drukte
Omdat mei zo druk is met zwermcontrole en honingkamers, verdwijnt varroa soms naar de achtergrond. Toch is dit een belangrijk moment om te blijven waarnemen. De mijtenpopulatie groeit mee met het broednest. Hoe meer gesloten broed, hoe meer ruimte varroa heeft om zich te vermeerderen.
Dat betekent niet dat je zomaar moet behandelen terwijl er honingkamers op staan. Het betekent wel dat je moet weten waar je staat. Monitoren is verstandiger dan gokken. Afhankelijk van je werkwijze kun je denken aan tellen van natuurlijke mijtenval, een poedersuikerproef of alcoholwassing, volgens de methode waar jij zorgvuldig en consequent mee kunt werken.
De nuchtere lijn van Randy Oliver past hier goed: meten geeft betere beslissingen dan onderbuikgevoel. Zeker in sterke volken kan een ogenschijnlijk gezonde kast later in het seizoen alsnog zwaar belast blijken.
Drachtplanten in mei: wat halen de bijen?
Wie in mei bij de kast staat, ruikt soms al aan de vliegplank dat er dracht is. De lucht is warmer, de bijen vliegen doelgericht en op mooie dagen kan er een lichte nectarzoete geur rond de kast hangen.
In en rond mei kunnen bijen onder meer vliegen op fruitbomen, paardenbloem, wilg die laat bloeit, esdoorn, meidoorn, linde in een vroeg jaar, kastanje, klaver en bloeiende kruiden. De exacte dracht verschilt per regio. Een kast bij boomgaarden werkt anders dan een kast in een woonwijk of aan de rand van natuurgebied.
Voor imkers is het waardevol om een klein drachtlogboek bij te houden. Noteer per week wat bloeit, hoe hard de bijen vliegen en wat je in de honingkamer ziet. Na een paar seizoenen krijg je veel beter gevoel voor jouw eigen standplaats.
Wat doe je bij een zwerm?
Zie je een zwerm hangen, blijf dan rustig. Een zwerm bijen ziet er indrukwekkend uit, maar is vaak minder defensief dan een volk dat zijn kast verdedigt. De bijen hebben meestal geen broed of voorraad te beschermen en hangen tijdelijk bij elkaar terwijl speurbijen zoeken naar een nieuwe nestplek.
Voor een imker is het belangrijk om veilig en verantwoord te werken. Hangt de zwerm laag en goed bereikbaar, dan kun je hem scheppen als je weet hoe dat moet. Hangt hij hoog, boven water, in een spouw of op een gevaarlijke plek, neem dan geen onnodige risico’s.
Voor niet-imkers is het beste advies: niet spuiten, niet slaan en niet proberen de zwerm zelf weg te jagen. Neem contact op met een lokale imker of imkervereniging. Vaak kan een zwerm worden geschept voordat hij naar een minder handige plek verhuist.
Praktische checklist voor imkeren in mei
Voor een rustige controle in mei kun je deze volgorde gebruiken:
- Kijk eerst aan de buitenkant: vlieggedrag, stuifmeel, drukte en onrust.
- Controleer of er genoeg ruimte is in broedkamer en honingkamer.
- Zoek gericht naar eitjes, broedbeeld en zwermcellen.
- Beoordeel of het volk bouwt en nectar opslaat.
- Noteer wat je ziet, vooral bij doppen, honingkamers en opvallend gedrag.
- Controleer je materiaalvoorraad: ramen, kunstraat, honingkamers, bodem, dekplank en zwermmateriaal.
- Houd varroa in beeld, ook als de kast er sterk uitziet.
Een goede mei-inspectie hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het verschil zit vooral in regelmaat en aandacht.
Veelgemaakte fouten in mei
Een veelgemaakte fout is te laat ruimte geven. Als de honingkamer pas komt wanneer de broedkamer al vol nectar zit, loop je achter de feiten aan. Een tweede fout is te weinig plan hebben bij zwermcellen. Wie pas gaat nadenken als er belegde doppen hangen, voelt de tijdsdruk meteen.
Ook te vaak en te lang inspecteren kan nadelig zijn. Bijen hebben warmte, rust en continuïteit nodig. Open de kast met een doel, werk netjes en sluit weer af zodra je weet wat je moet weten.
Tot slot: vertrouw niet alleen op de kalender. Mei kan warm, koud, droog of nat zijn. De bijen reageren niet op de maandnaam, maar op temperatuur, dracht, volkssterkte en ruimte in de kast.
Materiaal op orde voor mei
Mei is een maand waarin je liever niet misgrijpt. Zorg dat je extra ramen, kunstraat, honingkamers en zwermmateriaal klaar hebt staan. Een lege kast, zesramer of geschikte opvangbak kan veel stress voorkomen wanneer er ineens een zwerm hangt of wanneer je een kunstzwerm wilt maken.
Ook kleine spullen tellen mee: een goede kastbeitel, beroker, bijenveger, koninginnenclip, merkstift en notitieboekje maken het werk rustiger. Niet omdat materiaal het imkeren overneemt, maar omdat goed voorbereid werken voorkomt dat je haastig beslissingen neemt.
Conclusie: mei beloont de oplettende imker
Imkeren in mei draait om timing. Geef ruimte voordat het krap wordt. Controleer op zwermdrift voordat de zwerm vertrekt. Kijk naar de dracht voordat je beslist over honingkamers. En vergeet de bijengezondheid niet, ook als het volk sterk en bedrijvig oogt.
Mei is misschien wel de mooiste maand in de bijenstal. De kast leeft, de natuur geeft overvloed en je ziet als imker direct resultaat van je keuzes. Wie rustig kijkt en op tijd handelt, helpt het volk gezond door de drukste fase van het voorjaar.
5. Korte FAQ
Hoe vaak moet ik mijn bijenvolk controleren in mei?
Bij sterke volken is een controle om de 7 tot 9 dagen gebruikelijk tijdens de zwermperiode. Het doel is vooral om zwermcellen tijdig te zien en ruimtegebrek te voorkomen.
Wanneer plaats ik een honingkamer in mei?
Plaats een honingkamer zodra het volk sterk genoeg is en de broedruimte goed bezet raakt. Wacht niet tot alle ruimte vol zit met nectar, want dan kan de zwermdrift al toenemen.
Zijn speeldoppen hetzelfde als zwermcellen?
Nee. Speeldoppen zijn lege beginvormen en hoeven niet direct iets te betekenen. Belegde doppen of doppen met larven wijzen sterker op zwermvoorbereiding.
Kan ik in mei honing oogsten?
Dat kan, afhankelijk van dracht, weer en volkssterkte. Oogst alleen rijpe honing uit verzegelde of voldoende ingedikte ramen en laat het volk genoeg voorraad houden.
Moet ik in mei al aan varroa denken?
Ja. Mei is niet alleen een honing- en zwermmaand. De varroa populatie groeit mee met het broednest, dus monitoren blijft verstandig.

