Wat je bijen je vertellen bij de vliegopening

Wat je bijen je vertellen bij de vliegopening

Soms hoef je een kast helemaal niet open te maken om te weten hoe het met je bijenvolk gaat.

Sterker nog: vaak vertellen de bijen het je al vóórdat je een raam hebt aangeraakt. Gewoon daar, bij de vliegopening. Zonder rook. Zonder kap. Zonder gedoe. Alleen even stil staan, kijken en luisteren.

Bij Bijenboertje zeggen we vaak:
de vliegopening is het gezicht van het volk.

Daar zie je of er leven in de brouwerij is. Of er broed wordt verzorgd. Of jonge bijen hun eerste rondjes vliegen. Of het volk rustig is, gespannen, sterk of juist kwetsbaar.

Wie leert kijken naar de vliegopening, leert beter imkeren. Je stoort je bijen minder vaak, je ziet problemen eerder en je gaat met meer gevoel je kast in wanneer dat nodig is.

Even zitten bij de kast

Een goede controle hoeft niet lang te duren.

Zet een krukje neer. Blijf een paar minuten rustig kijken. Vergelijk je volken met elkaar. Luister naar het geluid. Kijk naar de manier waarop bijen landen, vertrekken en elkaar passeren.

Na een tijdje ga je patronen zien.

Wat eerst een drukte van jewelste lijkt, wordt ineens een verhaal. En dat verhaal vertelt je verrassend veel.

1. Stuifmeel aan de pootjes

Een van de mooiste dingen om te zien: bijen die thuiskomen met volle stuifmeelklompjes aan hun achterpoten.

Geel, oranje, wit, roodbruin, soms zelfs paarsig of groenachtig. Iedere kleur vertelt iets over waar ze op vliegen.

Als er veel stuifmeel binnenkomt, is dat meestal een goed teken. Stuifmeel is eiwit. En eiwit is nodig om jonge larven groot te brengen. Een volk dat volop broed verzorgt, haalt dus vaak actief stuifmeel.

Zie je meerdere dagen achter elkaar mooie stuifmeelvrachtjes binnenkomen? Dan is de kans groot dat er broed aanwezig is en dat de koningin aan de leg is.

Let vooral op verandering. Kwam er gisteren veel stuifmeel binnen en vandaag ineens bijna niets, terwijl andere volken wel actief zijn? Dan kan het verstandig zijn om dat volk later beter te controleren.

2. Jonge bijen die invliegen

Op warme middagen zie je soms ineens een wolk bijen voor de kast hangen. Voor beginnende imkers kan dat spannend zijn. Het lijkt soms op zwermen.

Maar vaak is het gewoon iets heel moois: jonge bijen die invliegen.

Ze hangen met hun kop naar de kast, zweven heen en weer en maken kleine boogjes voor de vliegopening. Ze leren waar hun thuis is. Ze nemen de plek van de kast, de omgeving en de herkenningspunten in zich op.

Dat betekent dat er jonge bijen zijn uitgelopen. En jonge bijen betekenen dat de koningin weken daarvoor goed heeft gelegd.

Met andere woorden: het volk groeit.

Een zwerm vertrekt meestal veel doelgerichter en verdwijnt uiteindelijk van de kast. Invliegende bijen blijven rond de kast hangen en keren daarna weer terug naar binnen.

3. Bijen die waaieren

Soms zie je bijen bij de vliegopening met snel bewegende vleugels staan waaieren.

Dat kan twee dingen betekenen.

Op warme dagen helpen ze de kast koelen. Een bijenvolk houdt het broednest graag op een vrij constante temperatuur. Wordt het te warm, dan brengen werksters lucht in beweging. Soms halen ze ook water, zodat de kast verder kan afkoelen.

Dat is normaal gedrag. Zorg dan vooral dat er schoon water in de buurt is.

Maar waaieren kan ook iets anders betekenen. Bijen kunnen met hun achterlijf omhoog de geurklier openen, de zogenaamde Nasonov-klier. Daarmee verspreiden ze een geurspoor. Dat helpt andere bijen om de ingang of het volk terug te vinden.

Dat zie je bijvoorbeeld na het scheppen van een zwerm, na het verplaatsen van een kast of wanneer bijen opnieuw hun plek markeren.

Mooi eigenlijk, hè?
Ze zetten als het ware een geurvlag neer: hier is thuis.

4. Ruzie op de vliegplank

Zie je bijen vechten bij de ingang? Dan moet je opletten.

Bijen die rollen, bijten, elkaar vastpakken of onrustig rond de opening schieten, kunnen wijzen op roverij. Roverij ontstaat wanneer bijen van een ander volk honing of voer proberen te stelen.

Dat gebeurt vooral in periodes met weinig dracht. Denk aan nazomer, vroege herfst of soms in het voorjaar.

Een gezond vliegbeeld is rustig en doelgericht. Bijen landen, lopen naar binnen en vertrekken weer. Bij roverij is het anders. Bijen vliegen zenuwachtig, proberen via kieren naar binnen te komen en de bewakers raken duidelijk geagiteerd.

Handel dan snel.

Maak de vliegopening kleiner, zodat het volk zich beter kan verdedigen. Gebruik eventueel een roverijrooster. En open de kast liever niet tijdens actieve roverij, want de geur van honing of voer kan het probleem alleen maar groter maken.

5. Dode bijen voor de kast

Een paar dode bijen voor de kast is normaal. Bijen leven in het seizoen kort en sterven soms onderweg of vlak bij huis. Ook ruimen werksters dode bijen uit de kast op.

Maar grote aantallen dode bijen ineens? Dat vraagt aandacht.

Liggen er plots tientallen of honderden dode bijen voor de kast, terwijl alles de dag ervoor normaal leek? Dan kan er sprake zijn van vergiftiging, bijvoorbeeld door bespoten gewassen of bloemen in de omgeving.

Maak in zo’n geval foto’s, noteer datum en tijd, kijk of er in de buurt gespoten is en neem contact op met de juiste instantie of lokale imkervereniging voor advies.

Zie je kruipende bijen met misvormde vleugels? Dan moet je direct denken aan zware varroadruk en mogelijke virusproblemen, zoals Deformed Wing Virus. Test dan zo snel mogelijk je varroabesmetting.

Wachten is dan geen goed plan. Het volk heeft op dat moment hulp nodig.

6. Geen activiteit op een warme dag

Een stille kast op een koude, regenachtige dag zegt niet zoveel.

Maar is het warm, helder en vliegen je andere volken goed, terwijl één kast stil blijft? Dan is dat een teken om serieus te nemen.

Er kan van alles aan de hand zijn.

Het volk kan gezwermd hebben. Dan is een groot deel van de bijen vertrokken en blijft er een kleiner volk achter dat bezig is met een nieuwe koningin.

Het volk kan moerloos zijn en langzaam verzwakken.

Of in het ergste geval is het volk dood.

Daarom geldt: zie je op een goede vliegdag helemaal geen activiteit bij één kast, controleer die kast dan dezelfde dag nog. Niet uit paniek, maar uit zorg.

De bijen vertellen het al

Imkeren begint niet met de kast openmaken.

Het begint met kijken.

Met even stilstaan. Met leren luisteren naar het geluid van een volk. Met zien of bijen rustig thuiskomen, of ze stuifmeel dragen, of jonge bijen invliegen en of de vliegopening klopt met wat je van het seizoen verwacht.

Bij Bijenboertje geloven we in puur en aandachtig imkeren. Niet meer doen dan nodig is. Maar wel zien wat gezien moet worden.

Want de bijen vertellen veel.
Je moet alleen leren luisteren.

Sterke volken beginnen bij goede koninginnen

Wil je komend seizoen starten met een sterk en rustig volk? Of wil je je eigen bijenstand uitbreiden met betrouwbare lijnen?

Bij Bijenboertje kun je Buckfast en Carnica F1-koninginnen reserveren. Beide staan bekend om hun fijne eigenschappen, zoals zachtaardigheid, goede ontwikkeling en prettig werkbare volken.

Ook kun je bij ons complete bijenvolken reserveren op 6 ramen of 11 ramen, met Buckfast- of Carnica F1-koningin.

Zo begin je niet zomaar met bijen, maar met een volk waar aandacht, selectie en liefde in zit.

De koninginnen en volken zijn eenvoudig te reserveren via onze website.

Reserveer jouw Buckfast of Carnica F1-koningin, of kies voor een volk op 6 of 11 ramen HIER